Hoofdstuk 5 Werk en Inkomen

Hoofdstuk 5: Werk & inkomen

Waar staat de ChristenUnie voor?

Het hebben van werk is belangrijk. Ons werk is de plek waar talent en verantwoordelijkheid tot hun recht komen. Helaas telt de gemeente Emmen 3.190 (maart 2017) werklozen en 4.170 (over 2016) bijstandsgerechtigden en is het voor hen moeilijk om aan een baan te komen. Er zijn daarnaast teveel mensen die ondanks een baan dichtbij of onder de armoedegrens leven.
We leven in één van de rijkste landen ter wereld maar ook in Nederland is armoede en lukt het niet iedereen het hoofd boven water te houden. De ChristenUnie vindt dat niemand in de gemeente Emmen aan zijn of haar lot mag worden overgelaten.
Dit vraagt niet alleen om een goede manier van omgaan met de sociale zekerheid maar vooral om het scheppen van randvoorwaarden waarbinnen mensen zelf aan perspectief kunnen werken.

‘Gouden handen’

De ChristenUnie is ervan overtuigd dat Nederland in de toekomst zijn geld zal moeten verdienen met het maken van slimme producten, die wereldwijd geëxporteerd kunnen worden. Innovatieve producten, gemaakt door slimme, goed opgeleide werknemers die op het MBO, HBO of de universiteit goed onderwijs hebben genoten.

De industrie signaleert een steeds groter tekort aan goed opgeleide vakmensen. Jongeren met ‘gouden handen’, zoals technici, plaatbewerkers en procestechnologen, zijn keihard nodig op de arbeidsmarkt. Er is meer ruimte nodig voor praktische vakken en maatwerk in het basis- en voortgezet onderwijs voor leerlingen met ‘gouden handen’. Initiatieven om jongeren enthousiast te maken voor techniek blijven hard nodig. Evenals goede voorlichting voor ouders over het ambachtsonderwijs; bij veel ouders en jongeren heeft het beroepsonderwijs onterecht een slecht imago. 

  • Het praktijkonderwijs blijft een afzonderlijke en volwaardige schoolsoort, omdat juist hier veel leerlingen tot bloei komen. Daar kunnen ze eindelijk doen waar ze goed in zijn: met hun handen werken.
  • De ChristenUnie ziet grote meerwaarde in de meester-gezelrelatie in het beroepsonderwijs: de meester draagt waardevolle vakkennis en praktijkervaring over aan de leerling. Bedrijven worden gestimuleerd en gefaciliteerd om dit mogelijk te maken.
  • Betrek onderwijsinstellingen bij lokale thema’s en uitdagingen, bijvoorbeeld de verduurzaming van woningen of de biobased economy.
  • Er komt een ‘stagepact’ tussen onderwijs en werkgevers, zodat leerlingen ervaring kunnen opdoen in hun toekomstige beroep.

 De beoordeling van leerlingen op de basisscholen moet veranderen. Scholen die zich richten op praktische vaardigheden worden vaak gezien als ‘lager’. Maar excellent onderwijs gaat niet alleen om rekenen en taal. De eindtoetsscore geeft een te eenzijdig beeld van de kwaliteiten van een leerling. De praktische vaardigheden van een leerling verdienen meer erkenning. Scholen moeten daarom niet worden afgerekend op de gemiddelde cognitieve vaardigheden van groep 8.

Aan het werk

De gemeente stimuleert het bedrijfsleven om zich samen met het (beroeps)onderwijs actief in te zetten voor een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt op zowel de korte en middellange termijn. Een doorlopende leerroute is nodig om vaardigheden op peil te houden en zo aantrekkelijk te blijven voor de arbeidsmarkt. Vakmensen moeten zich bovendien blijven aanpassen aan nieuwe ontwikkelingen en veranderende omstandigheden door onder meer voortschrijdende ICT en robotisering. Daarom moet het MBO en het HBO ook worden ingericht voor onderwijs aan volwassen, zodat maatwerk mogelijk is.

Voor mensen met beperkingen moet het vanzelfsprekend zijn dat ook zij de mogelijkheid krijgen om hun talenten in te zetten, of dat nou betaald, of via vrijwilligerswerk is. De gemeente geeft zelf het goede voorbeeld en stimuleert bedrijven hierin actief. Werkervaringsplaatsen en reïntegratietrajecten die de kansen op betaald werk aantoonbaar verhogen, moeten worden gestimuleerd. Misbruik dat ten koste gaat van reguliere arbeidsplaatsen moet worden aangepakt.

De ChristenUnie vindt het belangrijk te benadrukken dat mensen meer zijn dan alleen hun verdienvermogen. Vrijwilligerswerk of op een andere manier participeren in de samenleving kan, zeker voor het welbevinden van iemand, heel waardevol zijn. Ook voor de maatschappij.
Met de Participatiewet is de rol van de EMCO veranderd. Gemeenten blijven verplicht beschut werk aan te bieden. In Emmen zijn circa 1180 WSW-gerechtigden waarvoor een goede plek gevonden moet worden. De ChristenUnie is voor een coöperatieve samenwerking tussen de sociale werkplaats en werkgevers.

Voor nieuwkomers is het voor een goede integratie van belang dat zij snel aan de slag kunnen. Ook hier geldt: hoe eerder, hoe beter. Aan vluchtelingen wordt maatwerk geboden om een opleiding te volgen, een leerwerktraject te doen of stage te lopen.

  • De gemeente neemt, in samenwerking met het bedrijfsleven, verantwoordelijkheid voor voldoende participatiebanen.
  • De gemeente zoekt, in samenwerking met het bedrijfsleven, naar kwalitatief goede en voldoende beschutte werkplekken.
  • Als de gemeente helpt, mag een tegenprestatie worden verwacht. Denk hierbij aan vrijwilligerswerk en het volledig meewerken aan trajecten van de gemeente. Daarbij is het belangrijk dat zoveel mogelijk wordt ingezet op de eigen kennis en talenten van mensen.
  • Ondernemers en bedrijven die aantoonbaar succesvolle (re)integratietrajecten (leerwerktrajecten) bieden worden door de gemeente ondersteund.
  • Omdat het belangrijk is dat mensen gaan bewegen en eventueel een taak op zich nemen, krijgen sportverenigingen een rol bij integratie.
  • In de gemeente Emmen komt er meer ruimte voor alternatieve reïntegratietrajecten, bijvoorbeeld door het instellen van regelluwe zones en door het mogelijk te maken een eigen bedrijfje of onderneming te starten met behoud van uitkering.

 Armoede en preventie

In de gemeente Emmen leven ongeveer 1880 kinderen in een gezin met een bijstandsuitkering. Dit is 8,8% van de kinderen in de gemeente. In totaal leven ongeveer 3100 kinderen in armoede. Tussen 2009 en 2014 is het aantal huishoudens met een laag inkomen in de gemeente toegenomen van 7,8% in 2009 naar 11,4% in 2014. 5300 huishoudens in de gemeente moeten rondkomen van een laag inkomen. Dat is ruim 1 op de 9 huishoudens! De eenoudergezinnen met minderjarige kinderen worden hard getroffen. In 2014 heeft 40,6% van de eenoudergezinnen een laag inkomen.

Veelzeggend is dat veel van deze arme kinderen wel werkende ouders hebben. De ChristenUnie wil armoede bestrijden. Armoede leidt vaak tot sociale problemen, slechtere schoolprestaties en armoede levert veel stress op.
Omdat voorkomen nog altijd beter is dan genezen moet maximaal worden ingezet op preventie en vroegsignalering. Gezinnen met kinderen verdienen hierbij extra aandacht. Een vicieuze cirkel van achterstand, waarbij armoede van generatie op generatie overgaat moet zoveel mogelijk worden doorbroken. Gelukkig zijn er in Emmen diverse instanties actief op het gebied van armoede. Zo werkt de gemeente Emmen in het Armoedepact samen met verschillende maatschappelijke organisaties die zich inzetten voor armoedebestrijding. Door het Armoedepact hoeven mensen nog maar bij één hulpinstantie aan te kloppen en worden ze ook op andere vlakken geholpen. De ChristenUnie Emmen wil dat deze werkwijze blijft bestaan.

  • Er moet doelgerichte en laagdrempelige voorlichting over geld en budgetbeheer aangeboden worden. Voor kwetsbare groepen wordt de toegang hiertoe zo laagdrempelig mogelijk gemaakt.
  • De gemeente spreekt met woningcorporaties en energieleveranciers af dat betalingsachterstanden tijdig worden gemeld voordat tot (dreigen met) afsluiting of huisuitzetting wordt overgegaan. De gemeente kan dan zorgen dat hulpverleners contact leggen met de bewoners, om hen te ondersteunen weer grip te krijgen op hun geld.  Zeker bij gezinnen met kinderen mag niet zonder voorafgaande hulpverlening worden overgegaan tot afsluiting of huisuitzetting.
  • De gemeente kijkt ook kritisch naar het eigen gedrag als schuldeiser.
  • O.a. scholen en sportverenigingen wordt gevraagd alert te zijn op signalen van armoede bij kinderen en deze te melden bij het (sociaal) wijkteam.
  • Er is een compensatieregeling voor chronisch zieken en mensen met een beperking.
  • Bij regelingen voor minima moet de gemeente in het bijzonder rekening houden met de groep die qua inkomen net boven de bijstandsnorm zit.

 

Schulden

Om te voorkomen dat de gevolgen van schulden zich in rap tempo opstapelen moet de gemeente snelle en toegankelijke schulddienstverlening bieden. Ingewikkelde bureaucratie moet zoveel mogelijk worden vermeden. Dit is beter voor de mensen zelf die in schulden zitten, maar ook voor de schuldeisers en de samenleving als geheel.

Het hebben van schulden levert veel stress op en leidt vaak tot geestelijke en lichamelijke klachten. De aanpak van schulden heeft dus haast. Wachttijden moeten zoveel mogelijk worden beperkt en als een schuldhulptraject start moeten schuldeisers zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Om een eventuele wachttijd te benutten moeten al bij de eerste melding andere beschikbare partners ingeschakeld worden. Vrijwilligersorganisaties moeten hierbij ook op steun van de gemeente kunnen rekenen. Dat kan financieel, maar ook in praktische zin, in de aansturing of in kennisoverdracht. En hoewel wij het liefst een samenleving zouden zien waarin voedselbanken niet nodig zijn, zijn wij dankbaar voor het kostbare werk dat zij doen. Ook zij mogen op onze steun rekenen, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een locatie of vervoersmiddel.

  • Na aanmelding moet iemand binnen twee weken bij de schulddienstverlening terecht kunnen.
  • Wachttijden worden zoveel mogelijk benut. Bijvoorbeeld door mensen voorwerk te laten doen, maar ook actief samen te werken met partners als Schuldhulpmaatje, maatschappelijk werk, de Voedselbank of de diaconie.
  • De gemeente maakt als regisseur concrete afspraken met deze partners om de hulp te stroomlijnen en biedt daarin ondersteuning aan.
  • Bij dakloosheid door huurschuld wordt gewerkt aan een gezamenlijke oplossing met woningcorporaties. Corporaties mogen zich niet als preferente schuldeiser opstellen. Gezinnen met kinderen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid komen in aanmerking voor urgentie.
  • In sommige gevallen moet het mogelijk zijn om schulden af te lossen door maatschappelijke inzet.
  • Er komt een experiment met het opkopen van schulden. Schuldeisers krijgen 10% van hun geld terug, en de gemeente neemt de schuld over. Zo ontstaat ruimte voor de schuldenaar die gebruikt kan worden om te investeren in de toekomst. We kijken hierbij naar de voorbeelden in Den Haag en Leiden.
  • De regels voor de schulddienstverlening moeten aansluiten bij de doelgroep. Al die regels gaan nu te veel uit van de zelfredzaamheid van mensen. Mensen die diep in de schulden zitten zijn niet zelfredzaam.