Kadernota 2018

Raadszaal Emmenzaterdag 30 juni 2018 11:18

De kadernota van dit jaar is afgelopen donderdag, 28 juni, besproken in de gemeenteraad.

Wat is een kadernota?

De gemeenteraad bepaald de koers voor het beleid dat er in de gemeente is. Wat moet er gedaan worden en op welke manier. Het college (burgemeester en wethouders) moet dit beleid (met behulp van hun ambtenaren) uitvoeren. De gemeenteraad moet vervolgens controleren hoe het college dit doet. 

De kadernota is hiervoor een middel. Deze wordt elk jaar besproken in de gemeenteraad. Hierin geeft de gemeenteraad een kader aan het college voor het werk dat er in de gemeente moet worden gedaan. Bij de bespreking van de kadernota wordt die opdracht duidelijk geformuleerd. Met kaderstelling worden de spelregels, randvoorwaarden en uitgangspunten ten aanzien van inhoud (wat willen we bereiken?) (wat gaan we daarvoor doen?), financiën (wat mag het kosten?) en procedure (wat gaan we binnen welke planning doen?) bepaald.

De kadernota wordt geschreven door het college maar moet worden vastgesteld door de gemeenteraad. Als het goed is doet het college in de kadernota dus een voorstel over de hoofdlijnen van de koers voor de komende jaren en wat dit in grote lijnen gaat kosten. De kadernota geeft daarmee aan wat in ieder geval in de begroting moet staan om de doelen voor de korte en lange termijn te bereiken. De begroting wordt in het najaar besproken. Omdat de gemeenteraad de kadernota moet vaststellen, en de gemeenteraad de koers bepaald en bepaald wat er belangrijk is in de gemeente en wat er gedaan moet worden, wordt de kadernota uitgebreid besproken tijdens een lange vergadering. Zo komen college en gemeenteraad samen tot een beleid: wat willen we bereiken, wat gaan we doen, wat mag dat kosten en op welke manier gaan we dat doen.

Deze vergadering was afgelopen donderdag. 

Inbreng ChristenUnie

De kadernota die besproken is kunt u hier terug lezen.

De reactie van de ChristenUnie op deze nota kunt u hier terug kijken en de tekst kunt u hieronder lezen.

Meneer de Voorzitter. 

We zouden het dit keer echt heel kort kunnen houden. Zo beleidsarm is voor zover ik me herinner een kadernota nog niet geweest. Wat algemene beleidszaken, lopende zaken, vooral autonome ontwikkelingen en weinig nieuw beleid. Weinig richting geven. Dat wil het college later dit jaar gaan doen m.b.v. het bestuursprogramma verder uitgewerkt in een college programma vertaalt naar de begroting in november. Daar hebben we vorige maand allemaal ons zegje al over gedaan. Op zich is nu zo’n beleidsarme kadernota wel begrijpelijk maar toch ook wel wat pijnlijk, zo vinden wij. Immers we belijden al jaren dat we er indringend naar streven de kadernota de richting aanwijzer voor de begroting te laten zijn. Dat is nu beslist niet het geval. Zelfs vier jaar geleden toen het college nog later aantrad dan deze keer was het niet zo beleidsarm. Daarbij komt dat het korte termijn perspectief weer geen ruimte geeft. Minus 2,3 miljoen voor 2019. En wat daarna komt lijkt een stuk positiever maar het college zet daar nu al flinke vraagtekens bij gezien allerlei autonome ontwikkelingen en verwachte zaken die een doorgaand beslag op de financiën lijken te gaan leggen.

Voorzitter, wat de CU fractie betreft lijkt de P&C cyclus van Emmen de laatste  jaren te voorspelbaar qua ontwikkeling. En dat bedoel ik niet positief. Telkens een soort van autonoom afglijden naar weer een negatief saldo. Eerst in voorspellende zin bij de kadernota. Dat wordt natuurlijk voor de begroting gerepareerd, zoals het hoort, maar dan gaat het langzaam aan weer naar de min om bij de rekening te zien dat de jaarafsluiting  operationeel weer tot inzet van reserves moet leiden. Wat ons betreft wordt daarom het beoogde financiële programma streng van karakter, in die zin dat de begrotingsdiscipline echt naar de nul lijn per programma moet door het hele jaar heen. Onze jaarrekening laat weliswaar procentueel, overall maar een kleine afwijking zien t.o.v. de begroting maar dat is niet zo per programma. Daarnaast vragen wij ons af begrotingswijzigingen en college besluiten door het jaar heen niet te veel zorgen voor kans op zo’n negatieve ontwikkeling, vooral ook omdat er een berg van die zogenaamde autonome ontwikkelingen tussendoor sluipt en kennelijk roet in het eten gooit. De Financiële scherpte en controle worden daardoor lastiger. En voorzitter, cijfers zijn gewillig. Wat ons betreft gaat het financiële programma erop gericht zijn dit alles veel beter beheersbaar te maken. Anders voorzien wij dat de financiële kengetallen, die de financiële kracht en weerbaarheid van onze gemeente tonen, binnen enkele jaren echt een slecht beeld te zien gaan geven. Dat kunnen we beslist niet gebruiken. We komen er zo te zwak voor staan. Een grotere calamiteit of opeenvolgende tegenvallers met financiële impact zijn dan niet of nauwelijks te dragen. Wij stellen u daarom voor richting de begroting o.m. zeer kritisch door de autonome ontwikkelingen te gaan en daar waar het maar even kan er druk op aan te brengen die ontwikkelingen alsnog om of bij te buigen. Niet zomaar alles laten lopen maar tegenwicht bieden door creativiteit en ander beleid en stel u zelf de vraag en vooral ook  de organisatie: hoe autonoom zijn al die posten eigenlijk?

Graag geef ik als voorbeeld de jeugdzorg en schets hierbij onze denkrichting die we in de fractie besproken hebben.

De uitzet van lasten lijkt onontkoombaar. Maar waar komt het toch van dat er zoveel meer beslag wordt gelegd op de beschikbare middelen? Daarvoor moet indringend naar oorzaken worden gezocht en er moet durf zijn te veranderen. De jeugdzorg in heel Nederland en zeker ook in Emmen balanceert op dit moment tussen “Investeren in de toekomst” of een “financieel debacle”.  De jeugdzorg is in 2015 als een belangrijke verantwoordelijkheid overgekomen naar ons als gemeente. Die verantwoordelijkheid willen we goed en verstandig oppakken. Preventie is daarbij het toverwoord. Maar daar lossen we i.i.g. voor de komen tien jaren de problemen niet mee op want preventie vraagt om een lange adem. Preventie betaald zich pas laat uit, het kost veel tijd en geld. Tegelijkertijd mag intussen op nog meer plaatsen geïndiceerd worden dan voorheen, wat extra druk op het budget geeft. Doordat wijk- en gebiedsteam medewerkers meer achter de voordeur zijn gaan kijken bij gezinnen in de wijk, komen ze meer onvolkomenheden in gezinnen tegen dan verwacht. Hierdoor wordt meer doorverwezen naar professionele jeugdzorg. Is dat wel zo’n goede ontwikkeling? Natuurlijk raakt de situatie van een kind je direct en ben je wellicht geneigd om vanuit dat perspectief te kijken als werker, maar waarom wordt er geen WMO zorg ingezet. Deze tarieven zijn veel scherper weggezet en daarbij komt dat ouders vaak voor een groot deel bijdragen aan de problemen van het kind. Zou je niet pas naar jeugdzorg moeten kijken als werkelijk de veiligheid van het kind op het spel komt te staan? En bij alle overige zorg “gewoon” volwassenen WMO zorg moeten inzetten? Ouders spelen een belangrijke rol in de opvoeding. Voor verbeteringen in transgenerationele problematiek is een lange adem nodig. Kunnen we dit financieel aan? U zult i.i.g. met een andere aanpak moeten komen want het loopt anders gierend uit de klauwen.

Graag wil ik u aanvullend nog een paar tips geven met het oog op begroting en control, om zo nog eens extra scherp en kritisch te worden.

Een merkwaardige post als huuropbrengsten brandweerlocaties voedt weer het idee dat we niet overall weten wat er in de haarvaten van onze organisatie aan de hand is. De financiële control lijkt op microniveau onvoldoende. Dat durf ik op te werpen met een blik op de afgelopen tien jaren.

De kosten programma omgevingswet. Moet dat wel echt tot zo’n uitzet van lasten leiden en waarom nu al? Waarom komt er maar weer wat bij en gaat er niets af. Het oude beleid wordt toch vervangen?! En is bij het programma onderdeel wonen de kwaliteit zo diep weggezakt?

Het eventueel terughalen van bewind voering lijkt op jojo beleid. Dat moet wel echt aantoonbaar  voordelen opleveren voor gemeente en cliënten. Het is niet voor niets op afstand gezet een jaar of vijf a zes geleden.

Bij de afhechting van het CJG zijn wij benieuwd naar wat er gebeurd met de nog niet opnieuw gelabelde 620.000.

Ten slotte willen wij u meegeven de ontwikkelingen rond de Toegang bijzonder scherp en kritisch te volgen. Vooral de mensen die daar aankloppen mogen niet de dupe worden van de situatie. We verwachten zo nodig echt adequaat en accuraat handelen van het college.

Voorzitter, De beoogde nieuwe begrotingsopzet nu voorstellen en in november implementeren, dat lijkt ons onverstandig. Te snel en onvoldoende afgestemd met het gremium dat gaat over de begroting, namelijk de raad. De hele raad! En, leggen we zo niet de basis voor elke vier jaar een nieuwe opzet? Het moet niet een te politiek instrument worden, maar vooral bestuurlijk een echte verbetering opleveren. Programma’s zijn niet zaligmakend. We zijn in 16 jaar tijd terug gegaan van 15 naar 10 en veranderen is op zich niet slecht maar doe het wel zo doordacht dat het voor een wat langere termijn zeer goed gaat werken. Daarom wenst de CU fractie het College en allen die bijdragen aan het toewerken naar een kwalitatief en kwantitatief uitstekende, bruikbare begroting alle wijsheid en kracht die nodig is. Of in dialect: “veul zeeg’n”.

« Terug